Solidaire premieregeling (SPR)
De maandcyclus van de solidaire premieregeling: vier informatiestromen in samenhang
In de SPR wisselen PUO en vermogensbeheerketen elke maand vier berichten uit. Drie gaan van de PUO naar de fiduciair en de beleggingsadministrateur (vermogen, cashflow, pensioenprojectie); één komt terug (rendementsinformatie). Samen sluiten ze de periode: beginstand plus stromen plus rendement is eindstand.
Stappen
- Maandstart (implementatieplannen: uiterlijk T+10)PUO → FM en BABericht 1 Vermogen: het pensioenvermogen bij aanvang van de periode per regeling en cohort, optioneel met de gewenste portefeuilleverdeling.0001a
- Maandstart, prospectief of retrospectiefPUO → FM en BABericht 2 Cashflow: premies, uitkeringen, waardeoverdrachten en reservemutaties per cohort, apart of gesaldeerd.0001b
- MaandstartPUO → FM, BA en LDI-managerBericht 3 Pensioenprojectie: de geprojecteerde uitkeringen per cohort en uitkeringsdatum, gewogen met het afdekkingspercentage, als basis voor de renteafdekking.0001c
- Na maandultimo (implementatieplannen: uiterlijk T+4)BA (of FM) → PUOBericht 4 Rendementsinformatie: begin- en eindwaarde, stromen en rendement per portefeuille, optioneel gesplitst in beschermings- en overrendement per cohort. De PUO deelt toe volgens de toedelingsregels.00002
- Op elk berichtOntvanger → verzenderFeedbackbericht: geaccepteerd (8) of afgewezen (0) met foutcode; synchroon of asynchroon.feedback
Regels en verbandscontroles
- Fiduciair en beleggingsadministrateur ontvangen dezelfde berichten, rechtstreeks van de PUO (geen doorsturen).
- De cohortindeling is over de berichten 1, 2, 3 en 4 identiek.
- De standaard legt geen harde T-dagen vast voor de SPR; fondsen leggen ze vast in het Target Operating Model met hun ketenpartners.
Bron: Handleiding hoofdstuk 3 (Processen en informatiestromen SPR) en paragraaf 2.4 (uitgangspunten)
